Home Home Klaas Visser
 
 
Klaas Visser
    contact   sitemap    zoek 
Prive
Werk
Klein Leed
Design
Klik
Top
Klaas Visser Maybe I'm a rolling stone / Who won't amount to much /
But everything that I hold dear / Is close enough to touch - Elvis Presley
         

Sport, de sociale motor


Honderden hectares voetbalveld zijn de afgelopen decennia verdwenen uit de binnensteden. Gemeentes dwongen clubs uit financiële overwegingen om hun heil te zoeken aan de rand van de stad. Maar het tij lijkt te keren. Sportambtenaren leggen het niet langer bij voorbaat af in discussies met Bouwen en Wonen.


Er heerst een geprikkelde stemming in de bestuurskamer van voetbalclub VVOO. Afgelopen weekend is de sim-kaart gestolen uit de mobiele telefoon van de jeugdvoorzitter. En dat kan natuurlijk niet. De dader, waarschijnlijk een speler uit een van de jeugdelftallen, zal en moet gevonden worden. Maar hoe?
   Voorzitter Theo de Jongh en penningmeester René van der Linden zitten duidelijk met de situatie in hun maag. Ze hebben alle spelers van het team al een envelop meegegeven met het dringende verzoek die terug te geven mét de gestolen kaart of mét de naam van de dader. Maar tot op heden zonder resultaat. Overwogen wordt nu het om betreffende jeugdteam voor de rest van het seizoen uit de competitie terug te trekken. ‘Dat gaat inderdaad heel ver,’ zegt De Jongh, ’maar we kunnen dit niet laten passeren. Wij, als VVOO, hechten enorm aan correct gedrag. We willen een nette club zijn. En dan moet je soms laten zien dat je bepaalde dingen niet tolereert.’
   VVOO (voetbalvereniging Onder Ons) heeft zijn onderkomen in De Dreef, een sportcomplex middenin de Utrechtse wijk Overvecht-Zuid. Overvecht is een typische achterstandswijk: veel flats, saaie winkelcentra en een voornamelijk allochtone bevolking. VVOO heeft van oorsprong niet zijn wortels in de wijk. Vijf jaar geleden nog had de club zijn sport- en trainingsfaciliteiten een paar kilometer verderop, aan de Manitobadreef, het uiterste randje van Utrecht. Twintig jaar lang draaiden de VVOO’ers hier elke zaterdag hun competitiewedstrijden af. Maar heel geleidelijk ging het bergafwaarts met de club. Aanwas van jonge spelers was er eigenlijk niet. Logisch ook, aan de Manitobadreef was het in de avonduren aardedonker en bussen reden er niet. ‘Eerlijk gezegd zou ik mijn kinderen er ’s avonds ook niet naartoe sturen’, zegt Van der Linden.

'Er waren mensen die zeiden: doe het niet, je redt het ook dáár niet.'

De terugloop van het aantal leden noopte de club om uit te kijken naar een andere locatie. Na lang heen en weer gepraat met de gemeente Utrecht kreeg VVOO vijf jaar geleden de kans om te verhuizen naar Overvecht. Een kans die de club met beide handen aangreep. Al was er bij sommigen ook twijfel. De Jongh: ‘Er waren mensen die zeiden: doe het niet, je redt het ook dáár niet. Maar ik ben er steeds rotsvast van overtuigd geweest dat we in Overvecht van VVOO weer een levensvatbare vereniging konden maken.’

De tijd heeft het gelijk van De Jongh en Van der Linden bewezen. Aan de Manitobadreef had VVOO te langen leste nog maar dertig leden en twee seniorenteams tot zijn beschikking. In Overvecht is het ledenaantal spectaculair gegroeid tot zo’n 220. Meer dan genoeg om elke week zeven zaalvoetbalteams, negen jeugdelftallen en drie seniorenelftallen op te stellen. Voor nieuwe leden geldt tegenwoordig zelfs een stop, omdat er simpelweg niet genoeg faciliteiten zijn om alle teams hun wedstrijden te laten spelen. En sportief zijn er ook succesjes: het B- en C-elftal staan bovenaan in de competitie.
   Maar de verhuisoperatie is niet alleen een succesverhaal, het bestuur ervaart dagelijks de schaduwzijden van het leiding geven aan een club in een probleemwijk. Ouders die nalatig zijn in het betalen van de contributie, die nauwelijks bereid zijn om vrijwilligerswerk te verrichten en amper genegen om de kinderen naar uitwedstrijden te vervoeren. Van der Linden: ‘Allochtone ouders zijn - nog meer dan Nederlandse vaders en moeders - geneigd om hun kind te “droppen” bij de club. Ze zijn nauwelijks betrokken. Terwijl de spelers, met name als ze tussen de 12 en 15 zijn, veel specifieke aandacht nodig hebben. In de praktijk betekent het dat nog meer op de schouders van de vrijwilligers terecht komt. Dat is wel eens zwaar.’

'Soms heb ik het gevoel dat we als club bezig zijn de problemen van de stad Utrecht op te lossen.'

Het verhaal van VVOO laat goed zien hoe belangrijk de wisselwerking is tussen een sportorganisatie en een buurt. Een voetbalclub die middenin een wijk is gevestigd, draagt bij aan de leefbaarheid van de buurt. Jongeren die voetballen, hangen niet rond in winkelcentra en plegen geen vandalisme of criminaliteit. Om die reden kunnen jongeren bij VVOO ook buiten de officiële trainingstijden op de velden terecht om een balletje te trappen. Van der Linden: ‘VVOO is allang niet meer alléén een voetbalclub; we hebben ook een sociale functie. Soms heb ik wel eens het gevoel dat we als club bezig zijn de problemen van de stad Utrecht op te lossen. Toch ga je door, omdat je van de club houdt.’
   Omgekeerd profiteert een vereniging van een wijk door de continue aanwas van nieuwe spelers. Toen in de jaren zeventig en tachtig veel voetbalverenigingen naar de randen van de stad werden verbannen, daalden de ledenaantallen soms dramatisch. Maar gemeentes hadden doorgaans weinig oog voor deze nadelen. Veel zwaarder woog de te behalen ruimtebesparing. Immers, zet je op de plaats van een voetbalveld huizen neer, dan vallen er forse winsten te behalen. Op die manier ‘verdwenen’ in de loop der jaren vele hectares aan voetbalveld uit de steden. Alleen in Rotterdam al is tussen 1985 en 2001 bijna 500.000 vierkante meter aan voetbalveld verloren gegaan In Den Haag werden tien tot twaalf velden ‘weggegeven’ aan woningcorporaties.

Pas de laatste jaren is bij ambtenaren en bestuurders van gemeenten het inzicht doorgedrongen dat dit beleid, hoe voordelig ook financieel gezien, maatschappelijk een slechte zaak is. Wijs geworden kiezen veel gemeenten inmiddels voor een andere benadering en stimuleren ze sportclubs om een omgekeerde beweging te maken, terug de wijk in.
   Ook het Ministerie van VROM is voorstander van een terugkeer van de sport in de stad. De strategische denktank van het ministerie, Forum, deed vorig jaar onderzoek naar voetbalcomplexen in de vier grote steden. Dit onderzoek staat beschreven in een vijftal katernen, dat bij Forum te verkrijgen is en de titel draagt ‘Sport in de stad: kans voor open doel’. Voornaamste conclusie van het onderzoek: een sportvereniging kan bij uitstek een middel zijn om de sociale samenhang in een wijk te bevorderen. Samen met zijn collega-bewindslieden van VWS en Binnenlandse Zaken heeft staatssecretaris Remkes van VROM daarom onlangs een interdepartementaal platform opgericht onder de naam ‘Sociale cohesie en sport in de stad’. Dit platform wil bij gemeenten en clubs de aandacht vergroten voor de sociale functie van sport in wijk of stad. Ook is het platform op zoek naar lokale projecten die zich op dit onderwerp richten.
   In Amsterdam-Zuidoost heeft het ‘nieuwe denken’ inmiddels ingang gevonden, stelt Leen Noordermeer, beleidsmedewerker sport en recreatie bij het stadsdeel. Zo trekt het Amsterdamse stadsdeel miljoenen guldens uit om enkele clubs vanuit de buitenwijken weer naar de bewoonde wereld te lokken. Het gaat onder meer om de SV Bijlmer, KSJB, Kismet en Flamingo, voornamelijk Surinaamse verenigingen die nu nog op sportpark De Toekomst spelen. Op dit complex heeft Ajax zijn jeugdopleiding ondergebracht. De Amsterdamse club wil echter het hele sportpark inlijven en er een eigen trainingsdorp à la Milanello van maken.
   Reden voor het stadsdeel Zuidoost om samen met de vier clubs alternatieven op papier te zetten. Daar kwam onder meer uit dat de SV Bijlmer in 2005 naar het Bijlmerpark zal verhuizen. Dit park ondergaat de komende jaren een ingrijpende facelift, waarbij sport een prominente positie krijgt toebedeeld. De verhuizing heeft tal van voordelen, voor de wijk en voor de club. Zo denkt Noordermeer dat SV Bijlmer in het Bijlmerpark eindelijk de mogelijkheid krijgt een financieel gezonde club te worden. ‘De Bijlmer heeft behoefte aan meer sportvelden. De kinderen hier zijn zeer sportminded.’

'Voetbal is een verdomd interessant middel om met je buurman uit Senegal of Burkina Fasso in gesprek te komen.'

Ook verwacht de stadsdeelambtenaar veel van de ‘multifunctionele verenigingsgebouwen’ waar de plannenmakers het over hebben. Deze gebouwen bieden plaats aan allerlei faciliteiten: vergaderruimtes, kinderopvang, fysiotherapeuten etc. Dat is ook goed voor de integratie, meent Noordermeer. ‘Want nu is het zo dat elke etnische groep in de Bijlmer zijn eigen sportclubje heeft. Dat kun je doorbreken als je mensen met elkaar laat sporten en samen andere dingen laat doen.’
 

De hernieuwde aandacht voor het belang van sportvoorzieningen in de wijk, heeft ook zijn eigen positie als ambtenaar veranderd, stelt Noordermeer vast. Legde je het als sportambtenaar vroeger bij voorbaat af in discussies met de dienst Bouwen en Wonen, tegenwoordig is dat toch anders. ‘Ik kan me bijvoorbeeld herinneren dat er sprake van was om sporthal Strandvliet bij de Arena op te heffen. Toen wij dat hoorden, hebben we een onderzoek laten uitvoeren en daaruit bleek duidelijk dat de mensen in de wijk Strandvliet wilden behouden. En daar is naar geluisterd. Dat is verrassend, want de grond bij de Arena is buitengewoon duur. Ik weet zeker dat voorheen de uitkomst van de discussie heel anders zou zijn geweest.’ Tevreden concludeert Noordermeer dan ook dat ‘sport niet meer per definitie gedoemd is om te verdwijnen.’

Foto 1: Training van een van de jeugdteams van VVOO uit Utrecht. Sinds de club verhuisd is naar de wijk Overvecht, is het ledental gestegen van 30 naar 220.

Foto 2: Het Amsterdamse Buitenveldert heeft de grootste meidenafdeling van Nederland. Maar liefst zeventien vrouwenteams telt de sportclub van voorzitter Henk Voskuilen. Teams die wegens gebrek aan competitie meedraaien in mannencompetities. Desalniettemin is het al een paar keer voorgekomen dat een vrouwenploeg alle masculiene tegenstrevers het nakijken gaf en kampioen werd. Voskuilen noemt Buitenveldert een echte volksclub, die zijn talenten voornamelijk rekruteert uit het stadsdeel Zuideramstel. Buitenveldert investeert sterk in de band met de wijk. Zo organiseert de club sinds een jaar buitenschoolse opvang voor kinderen tussen de 3 en 6 jaar. Groot was de verontwaardiging enkele jaren geleden, toen de gemeente Amsterdam plannen bekend maakte om de club te verplaatsen naar sportpark Het Loopveld, enkele kilometers verderop. De verplaatsing was nodig in verband met grootschalige bouwprojecten aan de Zuidas. ‘Verhuizing naar Amstelveen zou de doodssteek voor ons hebben betekend’, zo weet Voskuilen zeker. ‘Andere clubs hebben het daar ook geprobeerd en zijn nu ter ziele.’ Langdurig verzet en actief ‘meedenken’ van de kant van de club resulteerde in een compromis. Buitenveldert nam de velden over van een andere club uit de buurt, RAP, dat geen jeugdafdeling heeft en wel bereid was om te verhuizen. Voor de eerstvolgende tien jaar lijkt Buitenveldert gered. Voskuilen: ‘Maar dat hebben we wel voor 1000 procent aan onszelf te danken en niet aan de gemeente.’

Foto 3: Voetbalclub Roodenburg uit Leiden-Noord was enkele jaren geleden bijna verhuisd naar Leiderdorp. Niet op last van de gemeente, maar omdat het toenmalige bestuur meende dat het beter voor de club zou zijn te vertrekken uit de bekende Leidse probleemwijk. Nu kon niet ontkend worden dat Roodenburg in het slop verkeerde. De vereniging bevond zich in een wijk die in de loop der jaren ‘van kleur was verschoten’, maar had zich nauwelijks aangepast aan de veranderde omstandigheden. Gevolg: een leegloop van leden en een sportief verval van de eerste elftallen op de competitieladders van de KNVB. De noodgreep van het zittende bestuur om de club dan maar in zijn geheel te verhuizen werd echter op het laatste nippertje verijdeld. In plaats daarvan werd met enkele miljoenen overheidsgeld een ambitieus herstelplan opgesteld: ‘Roodenburg 2002’. Dit actieprogramma moet de club binnen een paar jaar weer in het rechte spoor te krijgen. Het plan voorziet onder meer in het versterken van de band tussen club en ouders. Zo worden familieleden van jonge spelers via trainingen en cursussen gestimuleerd om mee te draaien als vrijwilliger. Verder wordt sinds enige tijd streng opgetreden tegen discriminatie. Die aanpak lijkt te werken, al heeft ze soms onbedoelde neveneffecten. Toen onlangs enkele blanke spelers ruzie kregen met een paar eveneens witte spelers van de tegenpartij, schoten Marokkaanse en Turkse ploeggenoten hen prompt te hulp en ontstond een massale vechtpartij. Ook zijn binnen Roodenburg inmiddels enkele Marokkaanse trainers actief, wat weer goed is voor de identificatie van de jonge allochtone spelertjes. ‘Maar ook al gaat het een stuk beter met de club, we zijn er nog niet’, zegt Raymond Keur, projectleider van Roodenburg 2002. Keur hoopt met hart en ziel dat zijn project verlengd wordt. Dat is goed voor de club en voor de wijk. ‘Voetbal is een verdomd interessant middel om met je buurman uit Senegal of Burkina Fasso in gesprek te komen. En dan bedoel ik niet een gesprek over voetbal. Het interessante is nu juist dat je via voetbal automatisch over heel andere dingen komt te spreken, zoals de schoolprestaties van je kind.’

Foto 4: Nu is het nog een kale vlakte, maar over niet al te lange tijd staat op de plek van de voormalige vuilverbranding in Den Haag een compleet nieuw wijkpark. Dit park, heel toepasselijk De Verademing geheten, zal ook tal van sportfaciliteiten bieden. Zo krijgt voetbalclub Jai Hanuman er de beschikking over twee trainingsvelden en een speelveld. Een luxe in vergelijking met de huidige accommodatie, enkele kilometers verderop, want die bestaat uit niet meer dan één enkel veldje. En dat is veel te weinig, meent jeugdvoorzitter Gerard Stakenburg. Bovendien laat de kwaliteit van het veld te wensen over. Enige tijd geleden moesten de A-junioren afzien van deelname aan de hoofdklasse, vertelt Stakenburg, omdat het eigen veld geen goede afrastering heeft en die is wel verplicht. Een besluit dat met pijn in het hart werd genomen. Het nieuwe speelveld heeft die omheining wel. Maar er zijn meer redenen waarom Jai Hanuman zich als een der eerste clubs bij de gemeente aanmeldde om naar De Verademing te verhuizen. Straks zit de club middenin de wijk waar ook het grootste deel van zijn leden woont: Regentes-Valkenbos. En dat is een goede zaak, meent Stakenburg, die mogelijkheden ziet om in de toekomst flink door te groeien van 13 naar - pak ’m beet - 24 elftallen. ‘Dat zou heel mooi zijn, want op onze thuiswedstrijden komt nu geen hond af.’ Straks, zo rekent de jeugdvoorzitter zich alvast rijk, moeten dat toch minstens zevenhonderd man per week worden.’

 
CV
VERZAMELDE WERKEN
 
 
 
 
 

privé | werk | klein leed | design | klik | top