De smaak van rode klanken
|
Hoe klinkt rood? Hoe smaakt Bach? En hoe ziet zoet eruit? In
Het sensorium, de seizoensopening van Theater aan het Spui, speelt
choreografe Sanne van der Put een humoristisch spel met de menselijke
zintuigen.
Het
sensorium is een veelomvattende productie. In figuurlijke
zin omdat het theater, dans, muziek en video combineert. In
de letterlijke betekenis omdat het beslag legt op beide zalen
van Theater aan het Spui. De grote zaal is voor deze gelegenheid
omgetoverd tot een reusachtig menselijk brein. ‘Een doolhoofd’,
zoals Van der Put het noemt, waar bezoekers de geheimen kunnen
ontdekken die schuilgaan in de spelonken van de geest. In
de kleine zaal komen vervolgens in vijf korte scènes de zintuigen
aan bod.
‘Ik ben een dertiger en dan worstel je geregeld met allerlei
vragen: over je werk, je relatie, het leven, noem maar op,’ licht Van
der Put haar keuze voor het onderwerp toe. ‘Je hoort als het ware
allerlei stemmetjes in je hoofd die je vertellen wat het beste voor
je is. Het leek me een leuk theatraal gegeven om daar iets mee te
doen.’
Zweet
De afgelopen maanden heeft ze in haar studio dagelijks geoefend
met de dansers en geschaafd aan de productie. Straks, tijdens de
première, moet blijken of alle moeite heeft geloond en of al dat
zweet het gewenste resultaat heeft gehad. ‘Een première is altijd
weer spannend. Je weet nooit van tevoren hoe het publiek zal
reageren.’
In de loop der jaren heeft Van der Put een aantal interessante
producties op haar naam geschreven. Zo maakte ze onder meer de
CaDance-openingsvoorstelling The city hall ball uit 1996. Andere
voorstellingen van haar zijn Downside up, The happiest day of your
life en Shaken, not stirred. Verder werkte ze onder meer samen met
Het Onafhankelijk Toneel, Het Nationale Toneel en Slagerij van
Kampen.
Bedelen
Het leven van een freelance choreografe anno 2000 gaat niet over
rozen, heeft Van der Put ervaren. Althans in Nederland. ‘Als je twee
voorstellingen per jaar kunt maken, is dat heel behoorlijk. Het is
continu bedelen, schrapen en schrappen.’ En met dat laatste bedoelt
ze dat niet al haar ideeën altijd kunnen worden uitgevoerd, gelet op
de kosten. Geldgebrek is ook de reden dat ze - zij het met tegenzin -
zichzelf een bijrolletje heeft toebedeeld in Het sensorium. ‘Terwijl
ik altijd heb geroepen dat je als maker niet in je eigen stukken moet
staan.’
Kenmerkend voor haar werk is de humoristische toets. Dansen met
een knipoog, noemt ze het. ‘Humor is heel belangrijk. Ik zie te vaak
bloedeloze stukken. Mooie lijven, pure bewegingen, het kan heel
boeiend zijn, maar mij verveelt het snel.’ Soms lijkt het alsof ze
ook zichzelf niet al te serieus neemt. ‘Hé, ik ben Miss
Relativering,’ bekent ze schuldbewust. Maar vergis je niet, diep van
binnen brandt de ambitie. Want als het even kan, wil ze van het
choreograferen een fulltime bestaan maken. Als het nu niet is, dan
misschien over een paar jaar. ‘Relativering is mijn bolster. De pit,
dat is het vuur.’ |