Elke middag tussen 5 en 6 uur ondergaat het bestuursdepartement
een metamorfose. Honderden ambtenaren wurmen zich door de draaideuren
naar huis en laten een ministerie achter dat, van buiten tenminste,
een uitgestorven indruk maakt. Maar niet overal is het stil. Her en
der in het pand zijn mensen actief. Een reportage over het
Justitiebedrijf na vijven
Dinsdagavond,
18.00 uur
'Vierenveertig centimeter, dat kan toch niet?'
‘Ja, echt, kijk maar.’
‘Nee joh, laat mij zelf maar even meten.’
Op de meldkamer is alles uiterst rustig zo vroeg in de avond. De
enige opwinding hier op de vierde verdieping middenbouw wordt
veroorzaakt door het jaarlijkse kledingonderzoek. De medewerkers
moeten hun kledingmaten opgeven aan het Korps Landelijke
Politiediensten, dat de bedrijfskleding levert. Het korps heeft een
kleurige catalogus samengesteld, waaruit teamchef Joop Jongbloed een
keuze probeert te maken. Centralist Arie de Jong meet de omtrek van
Jongbloeds nek, maar die doet het liever zelf.
‘Zie je wel, 41 centimeter. Ik dacht al: drie centimeter gegroeid in
een jaar tijd, dat kan niet.’
18.30 uur
In kamer H1.49 zitten drie mannen ingespannen naar enkele
beeldschermen te turen. Het zijn Sunny Kalicharan en Philip Heijman
van technisch netwerkbeheer en een medewerker van de leverancier. Er
zijn problemen: het computersysteem vertoont kuren. Sommige
ambtenaren kunnen niet printen en mailen of kunnen niet op hun
H-schijf. Dc oorzaak blijkt lastig te achterhalen. ‘Gisteravond zat
ik hier ook. Ik dacht het probleem te hebben opgelost, maar vandaag
ging het weer mis,’ zegt Heijman. ‘Het is vannacht een latertje
geworden. Het was al licht toen ik thuis kwam. Ik hoop dat we
vanavond eerder naar huis kunnen.’
Kalicharan worstelt met een vergelijkbaar probleem. Alleen doet
dit zich voor op de Terminal Noord, bij de Dienst Justitiële
Inrichtingen. Het is niet duidelijk of er een verband bestaat met het
netwerk-defect bij Justitie. Kalicharan had normaal gesproken om vier
uur naar huis gekund. Vindt hij overwerken vervelend? ‘Ach, het hoort
er een beetje bij als je voor automatisering kiest.’
19.00 uur
Een verdieping lager zit Cees van der Male achter zijn bureau. Hij is
namens het schoonmaakbedrijf Lavold eindverantwoordelijk voor de
schoonmaak in het hele pand. Aan de muur achter hem hangt een lijst
met kaartjes met de namen van de avondploeg. Vijfentwintig namen,
twaalf nationaliteiten.
Van der Males dienst loopt tot half acht. Parttime-werk. Overdag
heeft hij een andere baan en om vijf uur gaat hij direct door naar
Justitie. Eten doet hij pas om een uur of acht. ‘Nee, dat is
voor mij geen probleem. Zo is mijn leefpatroon, ik doe het al jaren
zo. Ik zou ook niet anders kunnen. Vorig jaar ben ik ziek geweest. De
hele dag stilzitten. Vreselijk. Ik zou het niet uithouden.’
'De maandag na Koninginnedag was ook vreselijk.
Dan liggen er van die keiharde plakkaten. Dat zijn de smerige
klusjes.'
Op de meldkamer belt de staatssecretaris van Economische Zaken
voor minister Korthals. Centralist Hennie Verkerk handelt het
telefoontje af. ‘Op sommige dagen word je helemaal gek gebeld,’
legt Verkerk uit. ‘Een paar weken geleden, toen de eerste
vlucht met Kosovaren aankwam bijvoorbeeld. Of tijdens de Koerdische
gijzeling in de Alexanderstraat. Dan belt iedereen hier naar toe,
pers, politie, noem maar op. En al die mensen moeten wij
doorverwijzen of in contact brengen met de piket-ambtenaar. Dan
stormt het, zo noemen wij dat.’
Ook komen vaak telefoontjes binnen van verwarde rnensen.
Vaste klanten, die altijd vriendelijk te woord worden gestaan, ook al
zijn hun gesprekken nog zo onzinnig. De Barones bijvoorbeeld, die
geregeld allerlei complottheorieën doorbelt. Of Nootje, een andere
trouwe beller. ‘En het gekke is, als je dan zegt: ‘Ik heb het
zo druk,’ dan respecteren ze dat. Dan merk je toch dat je een soort
vertrouwensrelatie hebt.’
19.30 uur
De schoonmakers komen de personeelsruimte van Lavold binnenwaaien.
Het zit er weer op voor vandaag. Tenue uit, jas aan, hup,
naar huis. Monique van der Geld heeft net de zestiende verdieping
gestoft, gezogen en opgeruimd. Veertig kamers in twee uur
tijd. ‘Sommige karners zijn schoon als ik binnenkom,
andere minder. Maar over het algemeen zijn ambtenaren vrij
netjes. Schoonmaken is dankbaar werk. Vooral als je een complimentje
krijgt, hoewel dat niet zo vaak voorkomt. Nee, ik vind het
werk zeker niet smerig. Thuis doe ik toch dezelfde dingen?’
Het is waar, zegt Van der Male, de smerigste karweitjes
zijn niet voor de avondploeg, maar moeten 's ochtends gebeuren,
buiten. Vooral de maandagochtend is berucht. ‘In de weekenden hangen
vaak zwervers en junks in de corridor. Die poepen en piesen in alIe
hoeken. De dagploeg moet dat dan opruimen. De maandag na
Koninginnedag was ook vreselijk. Mensen drinken zich dan helemaal
lam, geven over, en vervolgens droogt dat braaksel het hele weekend
in. Dan liggen er van die keiharde plakkaten. Dat zijn de smerige
klusjes.’
20.00 uur
‘Ik weet niet wat ik heb. Niets lukt.’ Een diepe zucht klinkt op in
het bruine café op de tweede etage. Daar oefent De Nieuwe Haven, de
biljartclub van medewerkers van Justitie en Binnenlandse Zakeo. Elke
dinsdagavond, vaste prik, van zeven tot elf. Libre klein beet de
spelsoort en niet alle caramboles willen vanavond lukken. De Nieuwe
Haven telt dertien leden, maar niet iedereen is aanwezig. De campings
zijn weer open, he, dat merk je gelijk in de belangstelling, zegt
secretaris Piet Hartman ter verklaring. Zelfs Philip van der Linden,
de speler met het hoogste moyenne, laat het vanavond afweten. Vreemd
is het wel, een typische cafe-sport die beoefend wordt in een leeg en
stil kantoorgebouw. ‘Integendeel,’ zegt Hartman, ik ben juist
bij deze club gekomen omdat ik niet in een cafe wilde spelen. Je kunt
je hier veel beter concentreren.’
21.00 uur
‘Kijk, daar gaat iemand naar binnen.’ Centralist Arie de Jong wijst
naar het scherm op zijn computer. Daarop is een groen pijltje te
zien. Dat betekent dat iemand met een geldig pasje een ruimte in het
Nieuw Centrum-gebouw betreedt. Zou het een verkeerd pasje zijn, dan
was de pijl rood gekleurd en was iemand van de beveiliging even gaan
kijken.
'Het klinkt misschien gek, maar het is heel prettig
werken zo, in de avond.'
Het geavanceerde pasjessysteem is nog niet in aIle andere delen
van het departement ingevoerd. In Nieuw Centrum hangen ook overal
bewegingsmelders. Die laten zien in welke gangen ambtenaren lopen.
‘Daarom is het voor ons handig als een ambtenaar doorgeeft dat-ie
overwerkt,’ zegt De Jong. ‘Dan weten we of een bepaalde beweging
verdacht is of niet.’ Hij pakt de lijst erbij. Op dat moment werken
er zo’n 25 mensen over.
Op de gang op de negende verdieping is het doodstil. Alleen
in kamer H9.07 heerst enige activiteit. Lonny van der Boor
werkt in alle rust achter haar computer. Ze is secretaris
van het periodiek overleg tussen minister en het college van
PG’s. Morgenochtend staat het stuk waar ze zo driftig aan
werkt, op de agenda. ‘Normaal zou ik het al af hebben.
Maar door alle vrije dagen van de afgelopen tijd, moeten minder
mensen hetzelfde werk in minder tijd doen. Daar zijn we niet
op berekend. Bovendien ging het netwerk de afgelopen dagen
een paar keer plat.’
‘Het klinkt misschien gek, maar het is
heel prettig werken zo, in de avond. Overdag gaat vaak de
telefoon of komt iemand binnenlopen. Nu kan ik me lekker concentreren.
Het moet niet te gek worden natuurlijk. Zo nu en dan overwerken
vind ik geen probleem, maar de balans tussen privé
en werk moet niet doorslaan.’
Hoe is het nu met die balans?
‘Tja, laat ik het zo zeggen: Ik zie dat bij veel mensen de werkdruk
heel hoog is.’
22.00 uur
Terug in de meldkamer. Nog steeds valt er weinig te beleven.
De camera’s draaien, maar tonen geen inbrekers of ander ongewenst
bezoek. Verveling? ‘Welnee,’ zegt teamchef Jongbloed. ‘Als
het altijd zo zou zijn, dan wel ja. Maar je weet nooit wat
er gaat gebeuren. Dat is ook het leuke aan dit vak, de spanning
dat je niet weet wat je te wachten staat.’
22.45 uur
Theo de Man kijkt onderzoekend om zich been, terwijl hij de
zeventiende verdieping door loopt. Al 21 jaar doet hij dit
beveiligingswerk op het ministerie. Deuren controleren, kijken
of radio's en koffiezetapparaten uitstaan, of archieven op
slot zijn en of er geen vertrouwelijke rapporten op de bureaus
liggen. Van sleur wil hij niet weten. ‘De ene keer loop ik
linksom de verdieping over, de andere keer rechtsom. Dan begin
ik op de even nummers, de dag erna op de oneven. Zo voorkom
je dat je gemakzuchtig wordt en dingen over het hoofd ziet.
De Man heeft alles meegemaakt in die 21 jaar. Branden, bomaanslagen,
je kunt het zo gek niet bedenken. Toch is het aantal incidenten
de laatste jaren verminderd. ‘Dat komt vooral door de verhuizing
van de Immigratie- en Naturalisatiedienst naar de Terminal.
Vroeger lag je nog wel eens met zijn vieren over de vloer
te rollebollen, bijvoorbeeld als een bezoeker moeilijk deed.
Dat is tegenwoordig niet meer zo.’ De Man verzucht: ‘Soms
zou ik wel wat meer actie willen.’
'De ene keer loop ik linksom de verdieping over, de
andere keer rechtsom'
En Pieter Storms - de nachtmerrie van elke bewaker - hoe zit het
daarmee? Is die wel eens langs geweest? ‘Nou en of, maar niet als ik
dienst had. Maar was ik erbij geweest, dan had ik hem getackled, al
was-ie nog zo vasthoudend. Storms was er bij mij niet doorgekomen.’
23.30 uur
Het is bijna middernacht als Lonny van der Boor nog steeds op haar
kamer aan het zwoegen is. Met het zoveelste bekertje koffie houdt ze
zichzelf wakker. Ze heeft flink kunnen doorwerken de afgelopen uren.
‘Ik ben nu bijna klaar,’ zegt ze opgelucht. ‘Nog een kwartiertje,
schat ik. Dan gauw de tram halen en dan ben ik om kwart over twaalf
thuis.’ |