De Grote Verhuizing op het kerndepartement Ievert een vracht
aan tafels, stoelen en ander overbodig geworden kantoormeubilair
op. Die spullen gaan niet met het grofvuil mee, maar komen
bijna allemaal terecht bij de dienst Domeinen. Een bezoek
aan het depot in Bleiswijk.
Buiten
staat een vijf meter hoog beeld van een zwarte koe. Het beest
staat op zijn kop en rust op vier wielen. Een merkwaardig
gezicht. Is deze rijdende koe in beslag genomen? Diende hij
als vluchtauto bij een gewapende overval?
John van der Meer, hoofd van het Bleiswijkse regiodepot van de
dienst Domeinen, helpt ons uit de droom. 'Dit is kunst,’ verklaart
hij. De koe is bij de opening van het reusachtige complex cadeau
gedaan en symboliseert ons heilig verklaarde vervoermiddel, de auto.
De protserigheid van veel criminele spullen maakt
ze bij voorbaat moeilijk verkoopbaar.
En auto's heeft deze opslagplaats van de dienst Domeinen in
overvloed. Zo'n zeshonderd om precies te zijn. Vroeger waren dat nog
beduidend meer, legt Van der Meer uit. Maar sinds de bewaartermijn
voor voertuigen is verkort, is het wagenpark van de Domeinen met de
helft ingekrompen.
Het depot in Bleiswijk is een van de
vijf 'regio-eenheden' voor roerende goederen van de dienst
Domeinen. De dienst Domeinen, een onderdeel van het Ministerie
van Financiën, heeft tot taak
staatseigendommen te beheren, te bewaren of te verkopen. Dat
kunnen landerijen, rivieren en meren zijn, maar ook het overtollige
kantoormeubilair van overheidsinstellingen. Daarnaast bewaart
de dienst goederen waarop beslag is gelegd. Nadat de rechter
zich heeft uitgesproken, worden de spullen geveild, vernietigd
of teruggegeven aan de eigenaar.
Als we arriveren, komt er net een truck met oplegger aanrijden. De
combinatie vervoert vijf personenwagens. Waarschijnlijk zijn ze door
de politie van de weg gehaald. Mogelijk zijn ze van een crimineel op
wiens illegale vermogen het Openbaar Ministerie de jacht heeft
geopend. In een enkel geval zijn goederen afkomstig van een
executieverkoop van de Belastingdienst. Een kleine minderheid van het
Bleiswijkse wagenpark wordt gevormd door de dienstauto's van
topambtenaren en ministers.
Het gele, met hoge hekken omheinde bastion aan de N209
beslaat vier hectare, inclusief bet buitenterrein. De in totaal negen
hallen herbergen tienduizenden goederen: kleding, schroot, meubilair,
dienstfietsen, gereedschap, schilderijen, sieraden, autobanden,
schoolborden, parfum. De lijst is bijna oneindig. ‘Wij zijn de
pakhuizen van de staat,’ zegt accountmanager Erik Kamp, die onder
meer Justitie in zijn portefeuille heeft. ‘Negentig procent van alle
in beslag genomen goederen komt bij ons terecht. Alleen drugs,
aandelen, geld en wapens bewaren we niet.’
Kamp sluit namens Domeinen contracten af met overheidsinstanties.
Hoewel er met Justitie geen officiële
overeenkomst bestaat, bezorgt bet kerndepartement zijn overtollige
meubeltjes doorgaans trouw aan Bleiswijk, het dichtstbijzijnde depot.
Zo was het kerndepartement in 1999 goed voor 28 partijen
kantoorinventaris. De jongste verhuizing op het kerndepartement heeft
een nieuwe stroom van tweedehands spullen in gang gezet. Sommige
medewerkers hadden dat liever anders
Ook kleding van moordpartijen belandt hier. Soms
zitten de bloedspetters er nog op.
gezien. Zij zouden dolgraag die ene stoel of dat aardige houten
directeursbureau tegen een zacht prijsje willen overnemen. Volgens
Ben Toet, coördinator expeditie en
voorraadbeheer bij DBOB, is dat
echter niet toegestaan. ‘Zo zijn nu eenmaal de regels.’
Toet wijst op nog een ander veel voorkomend misverstand. Sommigen
menen dat Domeinen de door Justitie afgedankte meubels, stoelen en
kastjes vernietigt. Dat is niet zo. Wat vernietigd wordt, zijn
voornamelijk de in beslag genomen spullen. Overheidsgoederen worden
bijna altijd geveild. Die veiling, per openhare inschrijving, vindt
elke drie weken plaats en is ook voor particulieren toegankelijk. Van
tevoren worden kijkdagen georganiseerd.
In bet Bleiswijkse depot nemen Van der
Meer en Kamp hun bezoek mee naar binnen. In een van de hallen
liggen de laatste zendingen overheidsgoederen. Her en der
staan groepjes bureaustoelen, een tiental dossierkasten vormt
een rechte rij. Buitenlandse Zaken blijkt een complete keukeninventaris
van de hand te hebben gedaan en Binnenlandse Zaken containers
met mondkapjes en mokken uit de jaren 60. Verder veel legerspullen:
laarzen, touwen en helmen en lange rijen met groen geverfde
generatoren. Justitiegoederen zijn niet aanwezig, die blijken
net een week geleden te zijn geveild.
In hal nummer twee liggen voornamelijk kleinere zaken:
flipperkasten, onveilige haarkrultangen, niet goedgekeurde telefoons,
kinderfietsjes met een iets te korte kettingkast. Vaak gaat het om
merkvervalsingen, zoals spijkerbroeken. Van der Meer trekt aan een
jeans en toont een namaak Chipie-label. Ook kleding van moordpartijen
belandt hier, nadat het politieonderzoek is afgerond. ‘Soms zitten de
bloedspetters er nog op," vertelt Van der Meer.
Kamp drukt op een knop aan de muur, waardoor een groot rolluik
omhoog gaat. We lopen opnieuw een ruimte binnen die vol staat met
auto's. Alleen zijn dit geen gewone middenklassers of afgedankte
dienstauto's. ‘Dit is de afdeling Pluk-ze,’ vertelt Kamp. Hier staan
de speeltjes van crimineel Nederland. Een felrode Ferrari staat te
glimmen in het tl-licht, samen met een Pontiac Coupé,
een zwart-rode BMW-oldtimer en een Rolls Royce. Een paradijs voor
autofreaks.
Behalve bolides staan in de hal ook nog andere zaken:
twee imitatie-Ming-vazen en een paar zalmroze, kalfslederen
bankstellen, even kostbaar als smakeloos. In de winkel betaal je er
algauw 20.000 gulden per stuk voor, maar het is maar de vraag of die
prijs bij de veiling wordt gehaald. De protserigheid van veel
criminele spullen maakt ze bij voorbaat moeilijk verkoopbaar. Kamp:
‘Lang niet iedereen wil zo’n opzichtige bank in huis hebben.’
Een felrode Ferrari staat te glimmen in het
tl-licht, samen met een Pontiac Coupé,
een zwart-rode BMW-oldtimer en een Rolls Royce.
De veilingen, die in een aantal kranten worden aangekondigd,
worden doorgaans goed bezocht. Vorig jaar leverden ale openbare
verkopen de dienst Domeinen 175 miljoen gulden op.
Overheidsinstellingen als Justitie zagen tot voor kort van dat bedrag
niets terug. Het geld verdween in de schatkist. De animo onder
overheidsinstanties om goederen aan te bieden was dan ook niet groot.
Liever stapte men met overtollige goederen naar een leverancier, in
de hoop een korting te bedingen op nieuwe spullen.
Vorig jaar besloot Domeinen het roer om te gooien. De diens moest
marktgerichter en klantvriendelijker opereren. Sindsdien gaat het
bedrag dat de goederen opleveren, rechtsreeks naar de aanbieders.
Vijftien procent van de verkoopprijs is voor Domeinen. ‘Een
percentage dat lager is dan dat van commerciële
veilinghuizen,’ zegt Kamp. ‘Daardoor is de prikkel om goederen te
leveren vergroot. Inmiddels hebben we met vele overheidsinstanties
contracten afgesloten.’
Uiteindelijk moet Domeinen kostendekkend
worden. Hoe? Bijvoorbeeld door in de toekomst de kosten door
te berekenen die gemoeid zijn met de opslag. In dat geval
kan Justitie jaarlijks een gepeperde rekening verwachten.
Niet vanwege de kantoorinventaris, die hooguit een paar weken
in Bleiswijk wordt bewaard. Vooral de in beslag genomen goederen
vragen flink wat opslagcapaciteit. Vorig jaar bijvoorbeeld
ging het om 6500 partijen, die in sommige gevallen jarenlang
blijven liggen.
Om te illustreren wat hij bedoelt, toont Van der Meer ons een
camper met een catalogusprijs van toch zeker een half miljoen. ‘Die
staat hier al een tijdje,’ legt het regio-hoofd uit. ‘Hij werd in
beslag genomen in het kader van Pluk-ze. De eigenaar dacht zich ervan
af te maken door zes miljoen te betalen in contanten. Maar toen kwam
de Belastingdienst in actie, die wilde weten waar de man dat geld
vandaan had. Dat is nu zes jaar geleden, sindsdien staat die wagen
hier.'
|